De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Blijvend inzetbaar in de zorg

Een onderzoek naar het effect van het toepassen van hulpmiddelen en technieken op de vitaliteit

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Blijvend inzetbaar in de zorg

Een onderzoek naar het effect van het toepassen van hulpmiddelen en technieken op de vitaliteit

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Werken in de zorgsector kan fysiek gezien zwaar zijn. Dit geldt ook voor werken in de gehandicaptenzorg. De 50-plussers in de zorgverlening bij organisatie X, ook wel begeleiders genoemd, geven aan dat zij het niet volhouden. Dit geeft aanleiding tot het onderzoeken van hun vitaliteit. Er zijn verschillende hulpmiddelen op de markt die het werk in de zorg zouden moeten verlichten en een positieve bijdrage aan de vitaliteit van begeleiders zouden kunnen leveren. Daarnaast zijn er een aantal technieken die men als begeleider kan toepassen om fysiek gezond te kunnen werken. Landelijk is er een aanpak op het gebied van fysieke belasting. Deze is beschreven door LOCOmotion in de Praktijkrichtlijnen. In de Praktijkrichtlijnen wordt voor verscheidene situaties beschreven welke hulpmiddelen men zou moeten gebruiken. De mobiliteitsklasse van de cliënt is hierbij bepalend. Naast voorgeschreven hulpmiddelen, zijn er ook voorgeschreven technieken bij iedere zorgtaak. Er wordt in dit onderzoek vanuit gegaan dat het correct toepassen van hulpmiddelen en technieken zorgt voor een fysiek gezonde werksituatie.
De onderzoeksvraag bij dit onderzoek is dan ook:
“In hoeverre beïnvloedt de mate waarin hulpmiddelen en technieken door begeleiders van boven de 50 jaar toegepast worden (tijdens de zorgverlening) de vitaliteit van de begeleiders?”
De bijbehorende hypothese is als volgt:
“Begeleiders van boven de 50 jaar, die meer hulpmiddelen en technieken toepassen dan andere begeleiders van boven de 50 jaar (met klachten), verlenen vitaler zorg.”
Om dit te onderzoeken is er allereerst geïnventariseerd welke hulpmiddelen en technieken beschikbaar zijn. Vervolgens zijn de begeleiders die deelnamen, geobserveerd (n = 19). Daarbij is bijgehouden welke taken zij uitvoerden en achteraf is er een score gegeven per taak voor het toepassen van hulpmiddelen en technieken. Het gemiddelde van alle taken samen vormde de eindscore. Om de vitaliteit van de begeleiders te bepalen werd een vragenlijst gebruikt. Hieruit volgde ook een score. Daarnaast zijn de begeleiders individueel geïnterviewd over de werksituatie. De scores voor het toepassen van hulpmiddelen en technieken zijn uitgezet tegen de scores voor vitaliteit. Hierbij is de steekproef onderverdeeld in twee groepen, een groep met de begeleiders die een onvoldoende scoorden voor het toepassen van hulpmiddelen en technieken en een groep met de begeleiders die een voldoende scoorden hiervoor.
Er bleek geen significant verband te bestaan tussen het toepassen van hulpmiddelen en technieken en vitaliteit. Dat er geen significant verband is gevonden, kan verklaard worden door de kleine spreiding van beide scores. Selectieve deelname, de aanwezigheid van de onderzoeker en de onderzoeksomstandigheden zouden de resultaten beïnvloed kunnen hebben. Daarnaast kent dit onderzoek ook een aantal beperkingen, zoals de kleine steekproef, enkel fysieke belasting onderzoeken en dit enkel door te observeren en niets te meten. Vervolgonderzoek naar andere typen belasting op de werkvloer en andere leeftijdscategorieën zou interessant kunnen zijn. Ook zou de samenhang tussen de kwaliteit van de zorg in relatie tot de vitaliteit en/of het toepassen van hulpmiddelen en technieken onderzocht kunnen worden. Er is veel ruimte voor verbetering op het gebied van fysiek gezond werken. Op dit moment worden nog lang niet alle voorgeschreven hulpmiddelen en technieken door alle begeleiders gebruikt. Oplossingen zouden gezocht kunnen worden in scholing, onderhoud van hulpmiddelen of bijvoorbeeld roostering. Het antwoord op de onderzoeksvraag is dat de mate waarin hulpmiddelen en technieken toegepast worden door begeleiders, niet significant van invloed is op de vitaliteit van begeleiders. Dit spreekt de opgestelde hypothese dus tegen.

Toon meer
OrganisatieDe Haagse Hogeschool
AfdelingGVS Mens en Techniek | Bewegingstechnologie
Jaar2018
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk