De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Intermitterende pneumatische compressietherapie, een evidencebased aanvulling in de huidtherapeutische praktijk?

Een onderzoek naar het verschil in effectiviteit tussen intermitterende pneumatische compressietherapie en manuele lymfedrainage in de behandeling van patiënten met lymfoedeem aan de extremiteiten

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Intermitterende pneumatische compressietherapie, een evidencebased aanvulling in de huidtherapeutische praktijk?

Een onderzoek naar het verschil in effectiviteit tussen intermitterende pneumatische compressietherapie en manuele lymfedrainage in de behandeling van patiënten met lymfoedeem aan de extremiteiten

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Intermitterende pneumatische compressietherapie, afgekort IPC, kent nog geen vaste plaats in de complexe decongestieve therapie. Toch wordt IPC in de huidtherapeutische praktijk toegepast in de behandeling van lymfoedeem. Huidtherapeute Petra Foesenek wilde een onderzoek naar de meerwaarde van intermitterende pneumatische compressietherapie ten opzichte van manuele lymfedrainage in de behandeling van patiënten met lymfoedeem aan de extremiteiten. Dit onderzoek had als doel bij te dragen aan de kwaliteitsverbetering van de geleverde huidtherapeutische zorg bij patiënten met lymfoedeem aan de extremiteiten.
Er is een data-analyse van wetenschappelijke onderzoeken en reviews uitgevoerd. Uit deze literatuurstudie blijkt dat IPC en MLD resulteren in een afname van oedeem in de armen. Het verschil tussen de twee interventies was niet statistisch significant. Er lijken aanwijzingen te zijn dat IPC kan bijdragen aan de volumeafname van benen in de ontstuwingsfase, maar men kan niet met zekerheid stellen dat IPC in staat is om méér resultaat in afname te behalen dan MLD. Er is geen bewijs dat MLD in staat is het resultaat uit de ontstuwingsfase van de behandeling van armlymfoedeem in de onderhoudsfase te behouden. Bij IPC blijkt dit wel het geval te zijn. Er is nog onvoldoende bewijs dat IPC of MLD van meerwaarde is in de onderhoudsfase van lymfoedeem aan de benen.
Daarnaast is er een kleinschalig praktijkonderzoek onder acht patiënten met lymfoedeem verricht. Van elke patiënt werd de omvang van de ledematen gedurende vijf behandelingen bijgehouden. De meeste patiënten combineerden de behandeling met compressietherapie (ACT of TEK). Zowel IPC als MLD vertoont gelijke resultaten in de onderhoudsfase van de behandeling van armlymfoedeem. Het verschil tussen de behandelmethodes IPC en MLD is niet statistisch significant. Wel blijkt dat het dragen van een TEK na de behandeling betere resultaten geeft. Uit de resultaten van het onderzoek in de ontstuwingsfase blijkt dat wanneer de interventies IPC en MLD gecombineerd werden met ACT, dit leidde tot (3-5%) afname in circumferentie van de benen. Het verschil tussen de interventies was niet significant. Wanneer IPC gecombineerd werd met TEK i.p.v. ACT leidde dit tot een lichte toename van het oedeem. Gekeken naar de onderhoudsfase in de behandeling van beenlymfoedeem blijken zowel IPC als MLD, gecombineerd met TEK, in staat te zijn het behaalde resultaat te behouden. Ook hier is er geen significant verschil tussen de interventies.
Men ziet geen significant verschil tussen de interventies IPC en MLD wanneer deze met ACT gecombineerd worden tijdens de ontstuwingsfase in de behandeling van lymfoedeem aan de extremiteiten. Wanneer IPC en MLD in de onderhoudsfase gecombineerd worden met TEK zijn zij in staat het behaalde resultaat te behouden. Gekeken naar de objectieve metingen van het therapeutisch effect, lijkt het erop dat de ene interventie niet van meerwaarde is ten opzichte van de andere interventie. Aanbevolen wordt onderzoek te doen naar de subjectieve waarden als patiëntenervaring, gebruiksgemak en kosten-batenverhouding, wanneer IPC en MLD met elkaar vergeleken worden. Deze subjectieve factoren kunnen bepalend zijn voor de vraag of IPC van meerwaarde is ten opzichte van MLD in de behandeling van lymfoedeem aan de extremiteiten.

Toon meer
OrganisatieDe Haagse Hogeschool
AfdelingGZH Huidtherapie
PartnersHuidtherapeut Petra Foesenek, Rijswijk
Jaar2014
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk