De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Validiteit van de DynaPort MoveMonitor bij houdingen gedurende de nacht van patiënten met een slaapstoornis

een pilotstudie

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Validiteit van de DynaPort MoveMonitor bij houdingen gedurende de nacht van patiënten met een slaapstoornis

een pilotstudie

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Inleiding: Een goede nachtrust is van groot belang voor het dagelijks functioneren (1-6). Door het analyseren van houdingen en bewegingen tijdens de nacht kan er wellicht een indicatie gegeven worden over de slaapkwaliteit. Daarvoor moeten de houdingen valide gemeten worden. Een klein en makkelijk te dragen apparaat, de DynaPort MoveMonitor (MM), is in twee eerdere onderzoeken al gevalideerd voor houdingen en transities tijdens de nacht bij twee slaapstoornissen (7,8). Echter worden er meer dan 80 verschillende slaapstoornissen erkent (9) en is verder onderzoek nodig.
Methode: De houdingsdetectie van de MM is vergeleken met die van de polysomnografie (PSG) bij patiënten in het slaaplaboratorium. Ter controle van de gedetecteerde houding is er gebruik gemaakt van videoregistratie De proefpersonen hebben geslapen met een volledige PSG met in additie de MM onder de buik. De gehele nacht is er een videoregistratie gemaakt en deze wordt gezien als gouden standaard. De Cohen’s Kappa Coëfficiënt is berekend over de PSG en de MM. Daarnaast zijn de totale tijd, positief voorspellende waarde (PPV), negatief voorspellende waarde (NPV), sensitiviteit, specificiteit en F-score berekend.
Resultaten: Er zijn 14 proefpersonen met vier verschillende slaapstoornissen gemeten. Van alle nachten bij elkaar is een Cohen’s Kappa Coëfficiënt van 0,64 gevonden. Van alle nachten bij elkaar zijn een PPV waarde 79,87%, een NPV waarde van 86,04%, specificiteit van 71,34%, sensitiviteit van 93,42% en een F-score van 74,54 zijn gevonden.
Conclusie: Met een Cohen’s Kappa Coëfficiënt van 0,64 wordt de MM niet valide bevonden voor houdingen en bewegingen tijdens de nacht van patiënten. De lage coëfficiënt is ontstaan door verschillen tussen de detectie van de MM en die van de PSG. Deze verschillen werden onder andere veroorzaakt door een door een hoekstand van de MM of een verschuiving van de MM naar links/rechts op de romp. Door gebruik te maken van een correctiefactor of een nieuwe positie van de MM kunnen deze verschillen wellicht verholpen worden. Daarnaast was de populatiegroep niet gevarieerd en groot genoeg om een conclusie te kunnen geven over de validiteit bij alle slaapstoornissen. Verder onderzoek met een grotere populatie en een vernieuwde methode zijn vereist.

Toon meer
OrganisatieDe Haagse Hogeschool
AfdelingGVS Bewegingstechnologie
PartnersMcRoberts BV, Den Haag
Jaar2015
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk