De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Didactische werkvormen

Voor drukke/moeilijke klassen

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Didactische werkvormen

Voor drukke/moeilijke klassen

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Een goed resultaat hangt samen met de vaardigheden van de docent, het onderdeel van de les en de gemoedstoestand van de klas. Aan de sfeer van een klas is wel wat te doen, maar deze is moeilijk te veranderen op korte termijn. Het tijdstip en de dag spelen onder andere een grote rol in de groepssfeer. De docent heeft zelf een groot aandeel in de les. Indien de les goed in elkaar zit, de structuur helder is en het gedrag van de docent naar behoren is, is er weinig ruimte voor verstoring.

Enkele omschrijvingen van didactische werkvormen zijn onderwijsstrategie, werkvorm,
vormingsmiddel of onderwijsactiviteit. Een didactische werkvorm bevat verschillende
onderdelen, zoals de activiteit van de docent, de groep/leerling, de doelen en de gepaste
werkvorm voor de doelen. Verder dient er rekening gehouden te worden met de individuele
leerling omdat iedere leerling een andere leerstijl heeft. Het is onmogelijk om met iedere
leerling rekening te houden, dus zal er gevarieerd moeten worden met werkvormen. Hier kan
bijvoorbeeld gedacht worden aan individuele opdrachten, groepsopdrachten of activerende
didactiek.
Het horen bij een groep is onontkoombaar. Een groep wordt gebruikt om een identiteit en
karakteristieke gedragingen te ontwikkelen. Een groep is een aantal mensen dat hetzelfde doel
wil bereiken en daarom afhankelijk is van elkaar. Door deze interactie beïnvloeden de leden
elkaar voortdurend. Elke groep heeft zijn eigen rolverdeling en normen. Daaruit komen
effectieve en minder effectieve groepen. In teams of groepen gaat het soms om individuele
prestaties, die tot een teamprestatie leiden of om een gezamenlijke prestatie. Het is belangrijk dat in het team de verwachtingen duidelijk zijn en de verschillen onderling geaccepteerd worden. Stel teams samen op basis van vaardigheden maar houd ook rekening met de persoonlijkheid van de leerlingen.
Het begrip structuur wordt gezien als een bedachte constructie. Een netwerk van relaties
waarin mensen of groeperingen een bepaalde positie innemen. Aan een positie zit een rol en een status verbonden. Een sociale structuur geeft richting aan het handelen van individuen. De structuur is te verhogen door de relaties onderling goed te krijgen. Om deze relaties te verbeteren is het van belang dat er duidelijke regels zijn over de taken/eisen en dient er wederzijds respect te zijn. Tevens is het belangrijk dat er samen en dat niet tegen elkaar gewerkt wordt.
De intensiteit is de mate van inspanning, activiteit of kracht. Voor de les geldt dat de
leerlingen zoveel mogelijk met bewegen bezig moeten zijn. De intensiteit wordt verhoogd
door meerdere situaties aan te bieden, door de les te verdelen in verschillende onderdelen,
door spelenderwijs te leren en door zoveel mogelijk leerlingen in te zetten.
Leiding geven kan niet alleen. Dit is een sociaal proces en in dit proces worden de
gedragingen van een individu of groep beïnvloed door het te bereiken doel. Er kan zowel
relatie- als taakgericht geleid worden. Het effect van het leidinggeven hangt af van het
karakter en de houding van de leider, de houding en het karakter van degene die geleid wordt
en de situatie. Een leider dient gezag te hebben. Dit wordt voor een groot deel bepaald door
het zelfvertrouwen en de houding van de leraar. Voor orde is het belangrijk dat er duidelijke
grenzen zijn, de regels nageleefd worden en naar verhouding op overtredingen van de regels
gereageerd wordt. Indien de regels overtreden worden dienen de leerlingen gestraft te worden.
Dit kan gedaan worden door bijvoorbeeld een time-out, strafregels of door verwijdering uit de
les.
Voordat er een les gemaakt wordt, is het belangrijk dat de beginsituatie en de doelen duidelijk
zijn. De beginsituatie moet bestaan uit verschillende niveaus, omdat geen één leerling
hetzelfde is. Voor de lesinhoud kunnen verschillende motivaties in het oog gehouden worden,
prestatiemotieven en recreatiemotieven. Voordat een spelvorm gekozen wordt, moet er
rekening gehouden worden met bepaalde criteria: de algemene inhoudelijke keuzecriteria en
de specifieke inhoudelijke keuzecriteria. Algemene inhoudelijke keuzecriteria zijn de
overkoepelende thema’s, zoals turnen of atletiek, en de specifieke inhoudelijke keuzecriteria
zijn de spellen die bij die thema’s horen. Voordat een spel uitgevoerd wordt, moeten de
regels, de manier van aanbieden en de motivatie van de leerlingen duidelijk zijn.

Toon meer
OrganisatieFontys Hogescholen
AfdelingFontys Sporthogeschool
Datum2010-08-01
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk