De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Zelfbeschadiging. Een nooduitgang voor doe-het-zelvers?!

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Zelfbeschadiging. Een nooduitgang voor doe-het-zelvers?!

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Dit document bevat het eindrapport van het onderzoek wat is uitgevoerd in opdracht van Kompaan en De Bocht onder begeleiding van Avans Hogeschool voor Sociale Studies te ‘s-Hertogenbosch. Het doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in de subjectieve beleving van pedagogisch medewerkers in de benaderingswijze van jongeren die zichzelf beschadigen. Het betreft jongeren in de leeftijd van 6 tot 16 jaar die verblijven binnen de residentiele behandelgroepen Toermalijn en de Pyriet. Het doel van dit onderzoek komt voort uit een signaal wat door de onderzoeker is opgevangen in de praktijk. Uit dit signaal is gebleken dat er niet altijd met dezelfde benadering wordt gehandeld bij zelfbeschadiging van de jongeren. Door inzicht te krijgen in de subjectieve beleving (de mening van de pedagogisch medewerkers) kan er geanticipeerd worden op de behoefte van de medewerkers. Met de resultaten kan de organisatie het beleid ten aanzien van zelfbeschadiging en de professionalisering van de pedagogisch medewerkers aanpassen. Om hier antwoord op te kunnen geven is de volgende probleemstelling opgesteld:

Welke meningen leven er bij pedagogisch medewerkers die werkzaam zijn binnen de Toermalijn en Pyriet over de benadering bij jongeren die zichzelf beschadigen.

Naast de probleemstelling zijn er verschillende deelvragen geformuleerd. De deelvragen zorgen ervoor dat het onderwerp vanuit een breed perspectief wordt belicht. Om de probleemstelling en deelvragen te kunnen beantwoorden is er gebruik gemaakt van verschillende dataverzamelingsmethoden, literatuuronderzoek en praktijkonderzoek. Namelijk Q-methodologie en interviews en kwantitatieve analyse.

Uit het literatuuronderzoek is gebleken dat zelfbeschadiging en suïcide twee aparte uitingen zijn. Zelfbeschadiging wordt gezien als een coping mechanisme, een manier om met emoties om te kunnen gaan. Deze negatieve emoties zijn vaak veroorzaakt door trauma’s. Deze komen voort uit negatieve ervaringen uit het verleden.

In het verleden heerste er een taboe rondom zelfbeschadiging. De afgelopen jaren is hier veel in veranderd. Vanaf 2017 zal er in de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) 5, een aparte vermelding komen voor zelfbeschadiging. Dit betekent dat er ook binnen de hulpverlening meer aandacht voor zelfbeschadiging komt en deze zal worden beschouwd als een op zichzelf staande diagnose. Namelijk NSSI, niet-suïcidale zelfbeschadigingsstoornis. Naast het literatuuronderzoek is er onderzoek gedaan naar het beleid binnen Kompaan en De Bocht over zelfbeschadiging. Hieruit is naar voren gekomen dat er in het beleid nog geen aandacht is besteed aan zelfbeschadiging.

Om de subjectieve beleving van de pedagogisch medewerkers in beeld te brengen is er gebruik gemaakt van Q-methodologie als dataverzamelingsmethode. Van beide behandelgroepen hebben er 13 van de in totaal 15 pedagogisch medewerkers meegewerkt aan het onderzoek. Uit de resultaten blijkt dat de zienswijze van de medewerkers is te verdelen in twee clusters. De twee zijn getypeerd als: doorpakkend en hulpvaardig & open en betrokken. Beide clusters vinden het belangrijk te kijken naar de reden van de zelfbeschadiging. Dit komt overeen met wat de literatuur hierin aangeeft. Uit de aanvullende interviews met de pedagogisch medewerkers blijkt dat er behoefte is aan actuele informatievoorziening rondom zelfbeschadiging. Deze resultaten zijn voorgelegd aan de gedragswetenschapper van de organisatie. De gedragswetenschapper is betrokken bij beide groepen.

Aan de hand van het interview met de gedragswetenschapper en de resultaten zijn er aanbevelingen gedaan aan Kompaan en De Bocht. Er is een adviesrapport opgesteld met daarin aanbevelingen die betrekking hebben op de gehele organisatie en aanbevelingen specifiek gericht op de pedagogisch medewerkers en de cliënten (jongeren). De aanbeveling voor de gehele organisatie is gericht op een aanpassing van het beleid. Hierin staat dat er een aparte vermelding voor zelfbeschadiging opgenomen moet worden in het kwaliteitshandboek. De pedagogisch medewerkers moeten meer voorzien worden van actuele informatie over zelfbeschadiging. Dit kan verschillende vormen hebben: een cursus, bijeenkomst of andere typen handvatten. Tevens is er de aanbeveling gedaan dat de organisatie een instrument kan ontwikkelen op basis van de gehanteerde Q-methodologie. Dit instrument heeft als doel het onderwerp zelfbeschadiging bespreekbaar maken met de jongeren. De te ontwikkelen Q-set (raster voor meting) kan door pedagogisch medewerkers worden gebruikt in de benaderingswijze van zelfbeschadiging. Het is zelfs mogelijk de resultaten hiervan te kwantificeren, eventueel uitgezet in tijd om een ontwikkeling te signaleren. Tevens zijn de aanbevelingen voorzien van feedback door de (mede)opdrachtgever en pedagogisch medewerkers van de Toermalijn en Pyriet.

Na de aanbevelingen wordt in de discussie het onderzoek kritisch bekeken. Dit is gedaan door onderbouwing van: de bruikbaarheid, validiteit, betrouwbaarheid, integriteit en theoretische koppeling. Als laatste volgt er een persoonlijke reflectie over de onderzoekende houding gedurende het gehele onderzoek.

Toon meer
OrganisatieAvans Hogeschool
AfdelingASH Academie voor Sociale Studies 's Hertogenbosch
PartnersKompaan en De Bocht
Datum2016-06-10
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk