De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

DNA Flowcytometrie als eerste scheidingsmethode voor de detectie van MSI high tumoren

Rechten: Alle rechten voorbehouden

DNA Flowcytometrie als eerste scheidingsmethode voor de detectie van MSI high tumoren

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

De dikke darm (colon) en endeldarm (rectum) maken deel uit van het menselijk spijsverteringskanaal. De colon verzorgt de resorptie van water uit feces waarna de ontlasting via het rectum het spijsverteringskanaal verlaat. De binnenkant van dit gebied is bekleed met slijmproducerende cellen en epitheel. Vanuit deze cellen ontstaan vaak colorectaal carcinomen. Ongeveer één miljoen mensen krijgen per jaar darmkanker. De oorzaak van het ontstaan van dit soort tumoren is te wijten aan mutaties in tumor supressor- en proto-oncogenen. De belangrijkste genen bij het ontstaan van darmkanker zijn het APC, MUTYH, STK11, SMAD4, BMPR1A en PTEN. Mutaties in deze genen kunnen verschillende typen genetische instabiliteit veroorzaken. Microsatelliet instabiliteit (MSI) en chromosomale instabiliteit (CIN) zijn de twee grofweg te onderscheiden pathways. MSI betekent dat er zich mutaties bevinden in microsatellieten. Microsatellieten zijn mono- of dinucleotide repeats die zich in het menselijk genoom bevinden. Aan de hand van een opgesteld panel van microsatellieten van het aantal mutaties die hier in voorkomen kan er een indeling worden gemaakt van de MSI status van patiënten. Deze zijn MSI-high, MSI-low en MSI-stabiel (MSS). Ongeveer 15-20% van het totaal aantal colorectaal carcinomen ontstaat vanuit MSI en 80-85% ontstaat vanuit CIN. MSI ontstaat door inactivatie van de DNA Mismatch repair genen MLH1, MSH2, MSH6 en PMS2. CIN ontstaat door fouten in genen die de mitose cyclus controleren. Het verschil tussen deze twee pathways is dat er bij CIN een abnormale hoeveelheid DNA (Aneuploid) ontstaat in de celkernen van tumorcellen. Bij MSI is dit niet het geval (diploid). Om een snelle eerste screening voor patiënten met MSI-high te doen wordt er in dit project gekeken of alle MSI-high tumoren een diploid beeld geven en of alle MSI-low en MSS tumoren een Aneuploid beeld laten zien.
Het verschil tussen de kwantitatieve DNA inhoud van deze tumoren is te meten met behulp van flowcytometrie. Een DNA bindend fluorochroom wordt toegevoegd aan permeabel gemaakte cellen en deze worden dan in een flowcytometer gemeten. Op deze manier is van 49 colorectaal carcinomen, waarvan vooraf de MSI status bekend was, de ploidie bepaald. De resultaten lieten een verdeling zien van 51% aneuploid en 49% diploid in de totale groep. Als gekeken wordt naar de correlatie tussen ploidie en MSI dan ziet men een verschil tussen de MSI-high en MSI-low/MSS groep. In de MSI-low/MSS groep bleek 41% Diploid en 59% Aneuploid (p=0,023 Fishers exact test). In de MSI-high groep bleek 87,5% van de tumoren diploid te zijn en 12,5% Aneuploid (p=0,023 Fishers exact test). Aan de hand van deze resultaten valt te concluderen dat flowcytometrie niet gebruikt kan worden voor de diagnose van MSI-high. Er manifesteren zich in de MSI-low/MSS groep ook diploïde tumoren en in de MSI-high groep ook aneuploide tumoren. Deze resultaten laten zien dat er altijd rekening moet worden gehouden dat tumoren ontstaan vanuit meerdere pathways.

Toon meer
OrganisatieAvans Hogeschool
AfdelingATGM Academie voor de technologie van Gezondheid en Milieu
PartnersSt. Elizabeth ziekenhuis Tilburg; Afdeling Klinische pathologie
Datum2012-05
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk