De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Risicotaxatie bij zedendelinquenten

Een onderzoek naar de relatie tussen risicotaxatie en de formulering van behandeldoelen bij de behandeling van zedendelinquenten.

Risicotaxatie bij zedendelinquenten

Een onderzoek naar de relatie tussen risicotaxatie en de formulering van behandeldoelen bij de behandeling van zedendelinquenten.

Samenvatting

In dit afstudeeronderzoek is onderzocht of de behandeldoelen, geformuleerd bij mannelijke zedendelinquenten in behandeling bij De Tender en Kairos, zijn afgestemd op de Central Eight criminogene factoren. Criminogene factoren zijn factoren die het meest samenhangen met de kans op delict herhaling (recidive). Indien deze factoren worden behandeld, zou de kans op recidive kunnen worden voorspeld en mogelijk zelfs kunnen worden verlaagd. Om deze factoren te inventariseren is het risicotaxatie instrument de Level of Service Management/Case Inventory (LS/CMI) gebruikt. Voor dit onderzoek is een steekproef van 16 respondenten gebruikt, als gevolg van inclusie criteria (zedendelinquent) en ontbrekende LS/CMI formulieren. Bij alle 16 respondenten is de LS/CMI afgenomen, maar deze is niet voor alle respondenten in zijn totaliteit afgenomen. De behandeldoelen, afkomstig uit de cliëntendossiers van de respondenten, zijn geanalyseerd en gekoppeld aan items van de LS/CMI. Zo kon er een classificatie van de behandeldoelen worden gerealiseerd. Voor de items die niet waren onder te brengen in de LS/CMI, zijn aparte categoriën toegevoegd met behulp van de Mini-Delphi methode. Uit het onderzoek is gebleken dat minder dan de helft van de geformuleerde behandeldoelen is afgestemd op de Central Eight en dat slechts één criminogene factor (opleiding/werk) verband houdt met de geformuleerde behandeldoelen. Verder is gebleken dat de behandeldoelen nauwlijks op andere risicofactoren waren afgestemd. Ook is onderzocht of verschillende typen zedendelinquenten verband houden met verschillende behandeldoelen. Hieruit bleek dat alleen voor het type pedofilie een verband kon worden gevonden met behandeldoelen gericht op coping. Bij de formulering van behandeldoelen is gebleken dat behandeldoelen veelal niet concreet, helder en allesomvattend (SMART) worden geformuleerd. Ook worden behandeldoelen eerder als behandelmiddel of behandelmethode geformuleerd dan op zichzelf losstaande behandeldoelen, waardoor het lastig is om algemeen geldende conclusies te formuleren over het onderzoek. Uit dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat de behandeldoelen te weinig zijn afgestemd op de LS/CMI. 

Toon meer
OrganisatieSaxion
OpleidingToegepaste Psychologie
Datum2014-06-01
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk