De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

De invloed van verschillende beoordelingsvormen op de motivatie van de leerlingen binnen het regulier en speciaal voorgezet onderwijs

Rechten:

De invloed van verschillende beoordelingsvormen op de motivatie van de leerlingen binnen het regulier en speciaal voorgezet onderwijs

Rechten:

Samenvatting

Tijdens dit onderzoek is gekeken naar de invloed die verschillende beoordelingsvormen hebben op de motivatie van leerlingen. Daar waar studies aantonen dat peerbeoordelingen een stimulerende werking hebben op de motivatie tijdens de les, is er in de praktijk nog relatief weinig onderzoek naar gedaan. Voor (toekomstige) docenten is het interessant te weten hoe de docent, de leerlingen het meest kan motiveren tijdens de lessen lichamelijke opvoeding. Allereerst werd onder alle proefpersonen The Behavioural Regulation in Exercise Questionaire (BREQ-2) vragenlijst afgenomen om de motivatie van de leerlingen te meten. Vervolgens werden de proefpersonen random in twee groepen gedeeld waarbij het verschil zat in de beoordelingsvorm; één groep werd door de docent beoordeeld en de andere groep beoordeelde elkaar, de zogenoemde peerbeoordelingen. Daarnaast werd er onderscheid gemaakt tussen het regulier en het speciaal onderwijs. Ook is er onderzocht of er een verschil bestond tussen de sekse. Na een interventie van vijf weken vulden de deelnemers opnieuw de BREQ-2 vragenlijst in en werd er gekeken of er een verschil in motivatie bestond tussen de onderzoeksgroepen. Tijdens het onderzoek werd al snel duidelijk dat er bij de nulmeting significante verschillen aanwezig waren tussen de scholen, te noemen; intrinsic motivation (p=.018), external regulation ( p=.024) en amotivation (p=.013). Vervolgens werd er binnen het speciaal onderwijs een significant verschil opgemerkt bij de leerlingen die door hun docent beoordeeld werden. Er vond bij deze leerlingen een stijging van 15% plaats bij de intrinsic motivation (p=.045). De leerlingen uit de peergroep van het regulier onderwijs lieten bij intrinsic motivation juist een afname van 2,9 % zien. Ook daalde de amotivation met 4,2 % bij de laatste beoordelingsgroep. Op het regulier onderwijs werden bij de éénmeting de significante verschillen gevonden; introjected regulation (p=.005), identified regulation (p=.002) en intrinsic motivation (p=.010). Bij de peergroep van de jongens uit het regulier onderwijs is eveneens een significant verschil (p=.027) opgetreden bij de identified regulation. Bij de éénmeting steeg deze motivatievorm met 8,7 % ten opzichte van de nulmeting. Bij de vergelijking tussen jongens en meisjes zijn bij de éénmeting van de docentgroep twee significante verschillen waargenomen: external regulation (p=.034) en identified regulation (p=.049).

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
OpleidingAcademie voor Lichamelijke Opvoeding
AfdelingBewegen, Sport en Voeding
Jaar2014
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk